De flexibiliteit en de vitaliteit van barokmuziek

Geplaatst op: donderdag 14 april 2016

Gebeurtenis: Holland Baroque met Die Kunst der Fuge
op 10 april in de Vriezer Bonifatiuskerk

In het schip van de kerk waren de stoelen in een kringopstelling gezet, de muzikanten in het midden. Tineke Steenbrink (klavecimbel) gaf een uitleg over voortborduren op één thema, over contrapunten en over lijnen omhoog en omlaag in plaats van (gebruikelijke) octaafparallellen.
Het programma was voorzien van een inlegvel met daarop een uitleg hoe de muziek is ontstaan en een verslag van de hand van Wim Faas. Het wordt uw verslaggever wel erg gemakkelijk gemaakt.
Ik citeer:

Voorjaar 2016. De bezoekers van het concert vouwen hun programmaboekjes dicht. Vier strijkers en een klaveciniste van Holland Baroque staan klaar. Op de tweede viool wordt het thema van Die Kunst der Fuge geëxposeerd. Dan volgt de eerste viool, de cello, de altviool. Tenslotte mengt het klavecimbel zich in het spel. Met welke verwachtingen is het publiek gekomen? Op welke manier moet je sowieso naar deze muziek luisteren? Kan je wel meerdere stemmen tegelijk volgen? Een enkeling misschien twee. Maar drie, vier stemmen? Hoofdbrekens zal het geven. Je kan gelezen hebben dat verderop het thema wordt omgekeerd, of zelfs gespiegeld, maar wie hoort dat eigenlijk? Het zijn vragen die er niet meer toe doen als je een paar maten naar Bachs meesterwerk hebt geluisterd en je je mee laat voeren in een vlucht van stemmen en samenklanken.
Wim Faas

Er is weinig meer aan toe te voegen. Dank u wel meneer Faas.
De muzikanten roemden de akoestiek van onze kerk. Ze waren verrukt.
Een langdurig applaus was hun deel.

De klavecimbel werd voor het vervoer op zijn kant gezet. Bespeelster Tineke zocht een potlood uit haar tas en schreef onder een lange rij data van optredens die al op de blankhouten bodem stonden genoteerd, in keurig handschrift: 10-04-2016 Bonifatiuskerk Vries, Die Kunst der Fuge.

Het was weer mooi, daar in de kerk van Vries.

Maarten Dollekamp


Meer berichten over: