De witte leuningen in het Drentsche Aa-gebied

Geplaatst op: dinsdag 8 augustus 2017

Onlangs is de brug over het Taarlosche Diep in Taarlo vervangen. Wat opvalt aan de nieuwe brug zijn de witte leuningen.

Witte leuningen voor de veiligheid
Oorspronkelijk hadden alle bruggen in het Drentsche Aa-gebied –waar het Taarlosche Diep deel van uitmaakt- witte leuningen die trechtervormig uitliepen. Dat stamt nog uit de tijd dat het heel donker was in Drenthe. Volgens een resolutie van het Landschap Drenthe uit 1727 moesten ….’alle bruggen op heere wegen met goede en bequame leuningen, en daar toe vereyschte vleugels zullen worden voorzien….’. Het opvallende wit leidde de bespannen wagens bij nacht en ontij over de brug. De vleugels zijn de schuin weglopende uiteinden van de leuning, zodat je in het donker niet aan de verkeerde kant van de leuning terecht komt.

Schipborgerbrug als voorbeeld
De bekendste brug was die over het Schipborgerdiep (zie foto). Dit oude beeld dient nu als voorbeeld voor restauraties en aanleg van nieuwe bruggen in het stroomdallandschap. De brug over het Westerdiep, in de weg tussen Tynaarlo en Zuidlaren, was een paar jaar geleden de eerste brug die in oude stijl is gerenoveerd. Daarna volgden het Oudemolensche Diep, de fietsbrug over het Andersche Diepje bij Papenvoort, het bruggetje in de Besloten Venen bij Glimmen en onlangs de brug over het Taarlosche Diep. De bedoeling is dat alle bruggen in het gebied, als ze aan renovatie toe zijn, van de herkenbare witte leuningen worden voorzien. De volgende brug die in oude ere wordt hersteld is die over het Zeegser loopje bij Tynaarlo. De gemeente Tynaarlo is dat aan het voorbereiden.

De Drentsche Aa bestaat niet
Voor wie het duizelt van al die loopjes en diepjes die een andere naam hebben dan Drentsche Aa: De Drentsche Aa bestaat eigenlijk niet (behalve een heel klein stukje in Groningen). Met Drentsche Aa wordt een systeem van beken bedoeld. Alle beken dragen een eigen naam. Ze zijn genoemd naar het dichtstbijzijnde dorp of veld. In Drenthe wordt een beek nooit beek genoemd. In Drenthe heten beken loopje, diepje, stroom, laak of aa.

Het stroomdal
De drie hoofdtakken van De Drentsche Aa ontspringen ten zuiden van Oudemolen: het Anreeperdiep, Amerdiep en Andersche Diep. De meest westelijke beek (Anreeperdiep) geldt als oorspronkelijke hoofdstroom. Samen met het Amerdiep gaat deze als Deurzerdiep, Loonerdiep en Taarlosche diep stroomafwaarts. De oostelijke hoofdtak, het Andersche diep, gaat als Rolderdiep en Gastersche diep verder en vormt de belangrijkste bijdrage aan de waterafvoer. Net ‘onder’ Oudemolen komen de twee stromen samen tot het Oudemolensche Diep. Verderop wordt dat nog Schipborgerdiep en Westerdiep, waarna de beek, in Groningen aangekomen, een klein stukje Drentsche Aa mag heten.

(tekst en foto ontleend aan Landschapsbiografie van de Drentsche Aa, Van Gorcum, 2015 en www.drentscheaa.nl)


Meer berichten over: