Plaats de Wereld voor Wim

Geplaatst op: maandag 2 november 2020

Wie ben jij?
Ik ben Wim Dijkema, geboren in 1948 in Groningen, waar ik ook tot mijn negentiende – toen ik de krijgsmacht inging – heb gewoond. Dus ik ben een echte noorderling. Na mijn opleiding bij de landmacht heb ik zes jaar in Amsterdam gelegen en daarna ben ik weer teruggekomen in het noorden in Assen. Daar heb ik een aantal jaren gediend en toen heb ik de overstap vanuit de werkplaats – werktuigbouw – gemaakt naar voorlichting en communicatie. Dat had ik eigenlijk tien jaar eerder moeten doen, want dat beviel me uitstekend. Ik kom uit een arbeidersgezin. Mijn vader was orthopedisch schoenmaker. Het is nooit letterlijk zo gezegd, maar je geld verdienen, dat deed je met je handen en niet met je mond. Dat heb ik me pas onlangs gerealiseerd; dat dit kennelijk ergens bij me in mijn achterhoofd altijd meegespeeld heeft toen ik mijn geld ging verdienen met praten en schrijven. Ja, daar heb ik aan moeten wennen. Het is heel gek want toen ik me dat realiseerde dacht ik wat een onzin? Dat is ook onzin, maar kennelijk zat dat bij mij zo ingebakken. Begin ‘77 ben ik getrouwd, twee kinderen, inmiddels twee kleinkinderen en in 2003 met functioneel leeftijdsontslag gegaan, nog met 55 jaar. Ik kreeg toen een half jaar voor dat ik daadwerkelijk wegging een brochure: “vrijwillig nadienen”. Die heb ik ongelezen bij het oud papier gelegd.

Wat houdt dat in “vrijwillig nadienen”?
Dat je dus nog langer kon dienen als je dat wilde. Maar ik had nog zoveel plannen en wat ik gemerkt had in de krijgsmacht was dat ik één van de weinigen was die naast een brede belangstelling ook nog eens een keer de behoefte had om echt dingen te gaan doen, zaken aan te pakken.
Ik heb bijvoorbeeld lange vakanties gehouden van vier, vijf weken. Ik ben in India geweest en in Zambia. Verder heb ik appels geplukt in Israël … dus heel veel dingen, gewoon omdat ik culturen wilde leren kennen. En ja, dat zijn niet altijd zo maar dingen… want je moest hard werken in je vakantie. Mijn collega’s begrepen daar helemaal niks van. Dan ben je toch een lul als je dat gaat doen, maar goed dat heb ik altijd graag gedaan. In ‘76 dan, toen ik terugkwam in het noorden zag ik heel toevallig een advertentie in een huis aan huisblad, de Gezinsbode in Groningen: ‘spelers gevraagd’. Hé, dat is nou wat ik altijd heb gewild – toneel. Ik dacht ik ga het gewoon doen. Dus ik heb me aangemeld en moest auditie doen. Daar had ik even niet op gerekend (lacht), maar ik werd aangenomen en ik heb daar geloof ik 19 jaar bij diezelfde club met veel plezier gespeeld.

Hoe heette die toneelclub?
Thalia. Je hoorde altijd als we ergens optraden zo van “Thaaalia in Groningen”
Wij hebben onder andere een aantal jaren stukken van Ayckbourn gespeeld onder Jack Nieborg. Die was vanaf ‘82 onze regisseur en zit nu al een aantal jaren bij het Shakespeare Theater in Diever.

Maar goed, in ‘94 werd ik overgeplaatst naar Schaarsbergen. Toen was er dus qua spel eigenlijk niets meer mogelijk. En in ‘94 kreeg ik te horen dat ik er rekening mee moest houden dat ik een jaar later zou worden uitgezonden naar in Bosnië. Dus ja, toen wist ik dat spelen, dat is dan afgelopen. In ‘95 ben ik inderdaad uitgezonden met de grote kans dat ik ergens op ‘een staf’ terecht zou komen en daar had ik dus helemaal geen zin in. Ik dacht, als ik dan toch ga dan wil ik daar met iets zinvols bezig zijn en het liefst met de mensen ter plaatse in contact komen. Toevallig kreeg ik toen een telefoontje van het hoofd communicatie van de luchtmobiele brigade. Ik zei Paul, moet je eens luisteren. Hebben jullie al een opvolger voor diegene die nu daar de communicatie doet? “Nee, niemand wil daar heen”. Ik zeg, is dat misschien iets voor mij? “Wil je dat dan?” Ik zei, ik ga daar het liefst zinvol werk doen. “Nou… ” zei die “… ik bel je zo terug.” Tien minuten later: “Je gaat! Januari ‘95.” Oké, dus in oktober moest ik me melden in Assen. Daar kregen we de opleiding voor uitzending. Want militair zijn of de vrede bewaren, dat zijn eigenlijk twee verschillende dingen. En toen ben ik in januari ‘95 uitgezonden naar Bosnië. Ja, daar heb ik doffe ellende meegemaakt waar ik tot op de dag van vandaag flink mee bezig ben.
Toen ik terug was werd ik gebeld door iemand: “Kom op, spelen!” Ik zei, sorry, maar ik heb voorlopig genoeg theater gezien.

Hoe ben je bij Plaats de Wereld terechtgekomen?
Eigenlijk ook via theater. Ik had een vriend in Tynaarlo die ziek was en inmiddels helaas overleden is. Die kwam bij mij en zei ‘Wim ik zou met Plaats de Wereld bij scholen langsgaan met een kort toneelstukje als opstap naar een schoolproject. Maar ik kan dat fysiek gewoon niet trekken zou jij dat willen doen?’ Ja, prima natuurlijk wel en toen ben ik er een keer naar toe gegaan. Nou, we hebben gerepeteerd en uiteindelijk zijn we naar een school geweest waar we met veel plezier hebben gespeeld. Er was een moment dat ik aan Yvonne vroeg, wie zijn jullie eigenlijk en wat doen jullie? ‘Nou, kom maar mee, dan gaan wij even koffie drinken en praten.’ Wat ik toen hoorde sprak mij zo verschrikkelijk aan, want ja, wat ik al zei, andere culturen, andere mensen en met name de arme kant. Ze vroeg ‘wil je niet blijven?’ Ik zeg, ja, maar dan wil ik meer doen dan alleen spelen. ‘Wat kun je dan?’ Een heleboel en niks! (lacht) Wat kan ik doen? ‘Nou, zou je bijvoorbeeld de poppenkast op je willen nemen? En we hebben wel wat klusjes te doen… .’
Vervolgens kwamen al die veranderingen i.v.m. met de verhuizing naar deze prachtige locatie. Er zaten hier nog echt oude schuurdeuren, grote lompe dingen. Dus er was genoeg te klussen. Op een gegeven moment hebben we de poppenkast aangepakt. Die staat nu op zolder. Daarvoor hebben we ook wat nieuwe poppen gemaakt en we zijn begonnen met spelen. Dat hebben we een aantal keren gedaan, onder andere zijn we daarmee naar Visio De Brink geweest. Meestal spelen we hier boven op zolder. En ja, door allerlei oorzaken, onder andere doordat één van de spelers afviel en ik aan mijn schildklier werd geopereerd, waardoor ik bepaalde bewegingen met mijn hoofd niet kan doen, stopte voor mij dus het poppenspelen. Ik heb de anderen nog wel een tijdje geregisseerd.
Dus ja, toen bleef voor mij uiteindelijk nog het klussen over, mensen ontvangen enzovoort. Afgelopen jaar zijn we, op eigen kosten, met een aantal mensen van Plaats de Wereld naar Chili geweest.

Vandaar ook jouw naam Guillermo?
Ja precies, want je moest je daar natuurlijk ook voorstellen. Ik zei, ik ben Wim. “What?” Yes, Wim, that’s short for William. “Aah Guillermo!” Inderdaad heel anders maar ik vond het wel mooi klinken.
En dat was weer zoiets wat mij beviel… die andere culturen. Ik was nog nooit in Zuid-Amerika geweest en ik werd daar, dat klinkt misschien gek, echt geïnspireerd. Het team dat daar zit. Ik heb gezegd, dat zijn nonnen in burgerkleding. Ze offeren zich – zo zie ik dat wel – helemaal op voor de mensheid. Daar heb ik veel bewondering voor. Ik heb daar werkelijk waar een geweldige tijd gehad.
Op allerlei manieren ben ik hier dus bij zaken betrokken. Ook hier heb ik wel in teams gezeten, bij communicatie onder andere, maar ook op andere plekken. Dat is nu wel allemaal opgevuld door anderen. Weet je, ik ben inmiddels tweeënzeventig dus laat me maar gewoon een beetje aanrommelen.

Wat heeft Plaats de Wereld jou specifiek opgeleverd?
Ten eerste de contacten allemaal, maar dan vooral ook de contacten met gelijkgestemde mensen. Als ik met mensen praat over Plaats de Wereld bijvoorbeeld, dan zeggen ze heel vaak “oh wat leuk, interessant!” Dan zeg ik, oké, kom maar een keer mee. “Ja, nee eh…”, dat lukt dan vaak niet. Iedereen vindt het wel geweldig, maar iets doen; dan zijn er toch vaak praktische bezwaren en dat begrijp ik ook best.
Hier zit je dus eigenlijk met mensen die allemaal hetzelfde doel voor ogen hebben, die de handen uit de mouwen willen steken en zowel hier als ook ver weg hun steentje willen bijdragen. Hoe Yvonne het graag noemt: toch proberen om de wereld een heel klein stukje beter te maken.

Ja, dat idee, dat spreekt mij gewoon erg aan en daar wil ik graag aan mee doen.

Hoe zie je de toekomst van Plaats ter Wereld?
Dat is een beetje dubbel. Aan de ene kant wordt het steeds moeilijker om geld bij elkaar te schrapen. Ook de corona-crisis heeft er een klein aandeel in, maar veel meer doordat ook onze gemeente in het sociale domein veel meer geld kwijt is dan begroot. Denk aan onder andere de jeugdzorg. Want een euro kan maar één keer uitgegeven worden, dat is ook heel simpel en daar zie ik best wat beren op de weg om Plaats de Wereld financieel op poten te houden.

Wat moet er volgens jou gebeuren om het voor elkaar te krijgen?
Ja, toch proberen om ook bedrijven en dergelijke ervoor warm te maken. Daar heb je eigenlijk fondsenwervers voor nodig die dat soort werk kennen en kunnen. Dat is heel belangrijk. Geld bijvoorbeeld, daar heb ik een aversie tegen. Dat klinkt misschien heel raar. Ik heb een inkomen, ik hoef me nergens druk over te maken, maar een ander vragen om geld, dat is iets bij mij, dat wil ik gewoon niet. Ze hebben me gevraagd voor collectes bijvoorbeeld. Ik zeg, jongens, ik wil van alles doen. Ik wil de coördinatie doen, maar stuur mij niet langs de deuren om geld op te halen. Ik kan dat niet uitleggen, dat is gewoon zo. Ik denk dat we daar eens goed naar moeten kijken om een gekwalificeerde fondsenwerver binnen de deuren te krijgen. Dat zou mooi zijn, maar aan de andere kant zie ik ook door corona bij de mensen een bepaalde reflectie. Dat weet ik natuurlijk niet zeker, maar ik heb de indruk dat veel mensen er zich bewust van zijn geworden dat we alleen op een goede manier kunnen leven als we het met elkaar doen. En ja als we dat vast kunnen houden dan komt er voor organisaties zoals Plaats de Wereld ook vast geld vrij. Tja, dat dubbele gevoel. We moeten maar zien hoe het uitpakt.

Heb je er vertrouwen in?
Ja absoluut want anders was ik hier niet meer. Ik heb er wel vertrouwen in en dat komt ook door de mensen hier. Ik heb een enorm respect voor Yvonne. Die kan ontzettend veel dingen, ze kan mensen inspireren, ze heeft een geweldig humeur: waarmee ik bedoel dat zij heel positief is ingesteld. Dat ben ik niet. Misschien dat dit juist het grote contrast is en dat ik daarom voor haar zo een bewondering heb. Want hoe kun je ook in moeilijke tijden – want die hebben ze nu – zo optimistisch blijven en anderen stimuleren? Met zo iemand samenwerken vind ik geweldig.
Dus voor mijzelf, haal ik hier veel bevrediging uit. Af en toe denk ik: nou, ik zou er eigenlijk nog wat vaker heen moeten.


Meer berichten over: